
De Belgische wetgeving bepaalt dat de vrije uitoefening van de
eredienst
gewaarborgd dient te zijn.
Dat sluit tevens in dat de geloofsgemeenschap het recht heeft om
zekere stoffelijke goederen te bezitten en te beheren om de kosten te
dekken van de bedoelde eredienst.
De kerkfabriek (het Latijnse ‘fabrica’ betekent: onderneming)
verzorgt deze opdracht.
Binnen een welbepaald wettelijk vastgelegd kader en na goedkeuring
van de jaarlijkse begroting komt de Stad financieel tussen en indien
nodig de Vlaamse Gemeenschap.
De Provincie komt tussen wanneer het
gaat om het kerkgebouw als beschermd monument zoals onze O.-L.-Vrouwekerk.
Vijf mensen maken deel uit van de kerkfabriek:
voorzitter, penningmeester, secretaris en 2 leden.
Aangestelde verantwoordelijke van de parochie. lid van rechtswege de
pastoor Marc Gesquière.
De kerkfabriek vergadert vier keer per jaar.
|